Het ' Couscousarrest' de problematiek inzake directe en indirecte douanevertegenwoordiging ( Belgisch-Nederlands Colloquium Vlaardingen 4 april 2019)

c.hanssen

Christoph
Hanssen
Submitted by c.hanssen on vr, 12/04/2019 - 11:14

Nederlands
Praktijkdomein(en)

Fiscaliteit

elegis adviseert en begeleidt overheden, ondernemingen en particulieren in fiscale aangelegenheden:

  • Directe en indirecte belastingen (vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting van natuurlijke personen, BTW, belasting op inkomsten van niet-inwoners, registratierechten, successierechten,…)
  • Fiscale geschillen
  • Gemeentelijke en gewestelijke fiscaliteit
  • Financieel strafrecht
  • Belastingcontroles
  • Indienen van een rulingaanvraag en opvolgen van rulingprocedures
  • Regularisaties
  • Successieplanning.

Ons team Douane en accijnzen treedt voornamelijk op in procedures ter verdediging van logistieke bedrijven en transportondernemingen bij de Administratie van Douane en Accijnzen wanneer omwille van fraude en onregelmatigheden door opdrachtgevers de betaling van douane- of accijnsrechten wordt gevorderd.

In het bijzonder adviseert en begeleidt elegis ondernemingen in de volgende gevallen:

  • Navordering van douanerechten omwille van onjuiste of vervalste certificaten van oorsprong,
  • Navordering van douanerechten omwille van een onjuiste tariefcode,
  • Navordering van douanerechten omwille van een onderwaardering van ingevoerde goederen,
  • Navordering van douane- of accijnsrechten bij smokkelpraktijken.

Het belang van gemeentelijke fiscaliteit is de voorbije jaren aanzienlijk toegenomen. De rechtspraak toont zich alsmaar strenger bij niet-naleving van fiscale wetten en regelgeving (net name het gelijkheidsbeginsel), zowel op het vlak van de inhoud (opmaak) van het belastingreglement als de aanslagprocedure.

Op het vlak van gemeentelijk recht begeleidt elegis de plaatselijke overheden bij de motivering van belastingreglementen, kennisgevingen van aanslag van ambtswege, beslissingen met betrekking tot klachten van belastingplichtigen,… elegis treedt tevens op ter verdediging van tal van plaatselijke instanties in het kader van fiscale rechtsprocedures.

De gewestelijke fiscaliteit neemt een alsmaar belangrijkere plaats in binnen het kader van het fiscaal recht. elegis adviseert en begeleidt u bij het zoeken naar oplossingen voor problemen van diverse aard die voortvloeien uit de complexiteit van deze wetgeving.
 

Sector

elegis Haven & Logistiek spitst zich al tientallen jaren toe op bijstand van haar cliënteel op het vlak van (multimodaal) transport, haven en distributie en logistiek. 

elegis Haven & Logistiek staat haar cliënten o.m. bij in het opstellen en nazicht van diverse contracten inzake "warehousing" (opslag) van ladingen, tussenpersonen en gecombineerde logistieke dienstverlening, gaande van algemene voorwaarden, raamovereenkomsten tot contracten op maat op voor logistieke dienstverleners, transporteurs en bevrachters.

Daarnaast bezit het team de nodige expertise in het weren en opmaken van allerlei contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheidsvorderingen in de logistieke sector. De dienstverlening van elegis strekt zich hierbij uit van juridische en strategische adviesvertrekking tot bijstand in gerechtelijke procedures en dit vanaf eenvoudige invorderingen tot de meest complexe internationale problemen.

Onder het cliënteel van het team Haven & Logistiek bevinden zich zowel de klanten als leveranciers van logistieke diensten, alsook hun verzekeraars. Het betreffen onder meer bevrachters, expediteurs, rederijen, wegvervoerders, luchtvervoerders, terminalexploitanten, naties, stuwadoors, waterwegbeheerders en havenbesturen. De specialisten van het team behandelen dossiers in het Nederlands, Frans, Engels of Duits.

NIEUW WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN EN VERENIGINGEN GOEDGEKEURD !

c.hanssen

Christoph
Hanssen
Submitted by c.hanssen on vr, 01/03/2019 - 09:58

Nederlands
Praktijkdomein(en)

Vennootschapsrecht

elegis begeleidt haar Belgische en internationale cliënten bij alle aspecten van het vennootschapsrecht. De advocaten van elegis zijn met name gespecialiseerd in de volgende domeinen:

  • oprichting van ondernemingen (keuze van de vennootschapsvorm, opstellen van de statuten en aandeelhoudersovereenkomsten…),
  • herstructureringen (fusie, splitsing, overname, overdracht van aandelen, verwerven van deelnemingen),
  • conflicten tussen aandeelhouders of geschillen m.b.t. de bestuurdersaansprakelijkheid,
  • reorganisatie van ondernemingen in moeilijkheden (gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord of door overdracht van het geheel of een gedeelte van de activiteiten van de onderneming, vrijwillige vereffening),
  • vereffening of faillissement.

elegis ondersteunt haar cliënten bij de oprichting van hun vennootschap en begeleidt hen actief bij de keuze van de optimale vennootschapsvorm voor hun specifieke activiteit en het opstellen van de statuten en eventuele aandeelhoudersovereenkomsten.

elegis verleent tevens een permanente ondersteuning van haar cliënten tijdens de volledige duur van hun vennootschap. Onze advocaten hebben een rijke ervaring bij het begeleiden van hun cliënten in het kader van de organisatie, het bestuur, de registratie en de publicatie van de vennootschapsdocumenten.  Bovendien begeleidt elegis haar cliënten tevens bij alle stappen in de ontwikkeling van uw activiteit.

elegis kan bogen op een rijke ervaring bij het begeleiden van aandeelhouders en bestuurders, bij de organisatie van algemene vergaderingen en raden van bestuur en het oplossen van geschillen met betrekking tot het verloop ervan. Onze cliënten kunnen rekenen op een optimale begeleiding bij conflicten tussen aandeelhouders (bescherming van de rechten van minderheidsaandeelhouders, procedure tot uitsluiting of gedwongen terugkoop…), wanneer hun bestuurdersaansprakelijkheid in geschillen aan bod komt of ook nog wanneer ze zelf de aansprakelijkheid van een aandeelhouder of bestuurder willen inroepen.

elegis is tevens een ervaren partner voor haar cliënten bij het identificeren van optimale oplossingen voor moeilijkheden bij een reorganisatie en om geschikte processen uit te werken om een vennootschap te vereffenen of het faillissement aan te vragen en af te handelen indien een reorganisatie niet meer mogelijk blijkt.

Fusies en Overnames ( M&A)

Het departement Fusies en Overnames begeleidt zowel binnenlandse als internationale cliënten doorheen het volledige overname of fusieproces. Hierbij wordt advies gegeven tijdens het initiële biedproces, het organiseren en uitvoeren van due diligence onderzoeken, het structureren van de transactie, het onderhandelen en opstellen van alle transactie overeenkomsten zoals biedbrieven (LOI), verklaringen en waarborgen, disclosure letters, overeenkomsten voor de overname van aandelen of van activa (handelsfondsen), financieringsovereenkomsten. Wij adviseren eveneens mbt (leveraged) buy out transacties en fusies. Wij adviseren en begeleiden cliënten voorts bij geschillen na het afsluiten van de transacties, bij de integratie, bij prijsaanpassingsbetwistingen, bij procedures en arbitrage.

Sector

België is bij uitstek een land van KMO’s en familiebedrijven. Zij vormen de ruggengraat van onze economie. Inlevingsvermogen in hun specifieke handelsactiviteit en een resultaatsgerichte, op maat aangepaste aanpak zijn ook hier van groot belang.

Elegis heeft een bijzondere ervaring opgebouwd bij het begeleiden en adviseren van deze ondernemingen en dit bij de diverse aspecten van hun activiteiten. Zowel in de start-up fase, bij het dagelijks beheer en bij het nemen van strategische beslissingen als bij de opvolgingsproblematiek stellen zich bijzondere problemen waarbij wij onze ervaring en kennis graag delen. Ook mbt het opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten en familiecharters bij familiale ondernemingen beschikken wij over een jarenlange ervaring.

UBO-REGISTER IN BELGIE: verplichte UBO registratie uitgesteld tot 30/09/2019

c.hanssen

Christoph
Hanssen
Submitted by c.hanssen on di, 18/09/2018 - 17:10

Afbeelding verwijderd.

 

 

 

UBO-REGISTER IN BELGIE: 

REGISTER VAN UITEINDELIJKE BEGUNSTIGDEN IN WERKING VANAF 31/10/2018!

 

 

De Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten,  kondigde het invoeren van een register van uiteindelijke begunstigden ( Ultimate Beneficial Owners – UBO verder “UBO-register” ) in België reeds aan.  Het KB  met de werkingsmodaliteiten van dit UBO- register werd bekendgemaakt op 14 augustus 2018 en zal  in werking treden op 31 oktober 2018.

 

Enkele krachtlijnen:

 

Wanneer ?

 

Vennootschappen, (internationale) VZW’s, stichtingen, trustees en fiduciebeheerders moeten ten laatste op  30 september 3019  voor de eerste maal de informatie over de uiteindelijke begunstigden aan het UBO-register overmaken.

 

Wie is uiteindelijk begunstigde ?

 

In geval van vennootschappen:

  • Natuurlijke personen die een toereikend percentage  van de stemrechten of van het eigendomsbelang houden. Het houden van meer dan 25% van de aandelen of stemrechten, geldt als indicatie van een toereikend percentage
  • Natuurlijke personen die zeggenschap hebben via andere middelen( aandeelhoudersovereenkomst etc… )
  • Onder bepaalde voorwaarden de natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel.
    In geval van (internationale) VZW’s en stichtingen
  • Leden van de raad van bestuur
  • Personen die gemachtigd zijn de VZW te vertegenwoordigen
  • Personen belast met dagelijks bestuur
  • De stichters van de stichting
  • De natuurlijke personen in wiens hoofdzakelijk belang de vzw of stichting werd opgericht
  • elke andere persoon die via andere middelen zeggenschap uitoefent.
    Ingeval van trusts, fiducieën of andere juridische constructies  
  • De oprichters
  • De trustee
  • De protector
  • De begunstigende in wiens hoofdzakelijk belang de trust werd opgericht
  • Elke andere persoon die  via andere middelen zeggenschap uitoefent  
     
     
    Welke informatie moet u aan het UBO-register overmaken?
     
    Voor elk van de uiteindelijke begunstigden moet men de volgende informatie meedelen:
     
  • Naam en voornaam
  • Geboortedatum
  • Nationaliteit
  • Land van verblijf
  • Volledig verblijfsadres
  • Datum waarop hij/zij uiteindelijk begunstigde is geworden
  • Rijksregister of ID nummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid  en in voortkomend geval  elk vergelijkbaar identificatiemiddel dat wordt afgeleverd door de staat waarin hij/zij verblijft of waarvan hij of zij onderdaan is.
  • De categorie van uiteindelijke begunstigde waartoe hij/zij behoort
  • Of hij/zij de voorwaarden voor kwalificatie als uiteindelijke begunstigde afzonderlijke of met andere personen vervult.
  • Of hij/zij rechtstreeks dan wel onrechtstreekse uiteindelijke begunstigde is
  • Indien het om een onrechtstreekse uiteindelijke begunstigde gaat, het aantal tussenpersonen met volledige identificatiegegevens
  • De omvang van het uiteindelijk belang.
     
    Welke informatie moet u aan de uiteindelijke begunstigde overmaken:
     
    Aan de  uiteindelijke begunstigden moet men de volgende informatie meedelen op een duurzame drager:
     
  • Hun verplichting om de genoemde gegevens aan het register mede te delen;
  • De registratie en de bewaring van die gegevens in het register;
  • De naam en adres van de dienst binnen de administratie die belast is met het beheer van het register;
  • De toegangsmogelijkheden tot het register;
  • Het recht om kennis  te nemen van de gegevens opgenomen in het register en deze te laten verbeteren of verwijderen indien die onjuist zijn;
  • De bewaartermijn van die gegevens.
     
     
    Hoe overmaken aan het register?
     
    De gegevens zullen via elektronische weg kunnen overgemaakt worden via het platform MyMinFin 
     
     
      
    Wie heeft toegang ?
     
    Het register zal toegankelijk zijn voor:
     
  • de bevoegde autoriteiten (bv fiscus),
  • de entiteiten die moeten voldoen aan hun verplichtingen inzake waakzaamheid ter aanzien van hun cliënten overeenkomstig de witwaspreventiewet
  • elke burger  ( deze laatste categorie wel slechts voor een beperkt gedeelte van de informatie over de uiteindelijke begunstigde).
     
    Sancties  bij niet naleving ?
     
    De volgende inbreuken  kunnen administratieve of strafrechtelijke sancties voor de bestuurders of leden van het directiecomité  tot gevolg hebben:
     
  • De vereiste informatie niet inwinnen en niet bijhouden
  • De informatie niet tijdig overmaken aan het register
  • Onvolledige of onjuiste informatie overmaken aan het register
     
     
     
    Voor verdere informatie kan u ons steeds contacteren:
     
    Christoph Hanssen
    03/244.15.60
    c.hanssen@elegis.com
Nederlands

Afschaffing van de vereiste van borgstelling door de directe douanevertegenwoordiger

c.hanssen

Christoph
Hanssen
Submitted by c.hanssen on vr, 09/03/2018 - 09:47

Afschaffing van de vereiste van borgstelling door de directe douanevertegenwoordiger

 

Een douanevertegenwoordiger die gebruik wilde maken van de directe vertegenwoordiging om aldus een douaneaangifte in te dienen rechtstreeks in naam en voor rekening van zijn opdrachtgever, diende tot voor kort voldoende zekerheid te stellen voor eventuele toekomstige schulden van zijn opdrachtgever, tenzij die opdrachtgever zelf dergelijke zekerheid kon stellen middels een eigen kredietrekening. Deze vereiste van borgstelling, die totaal in strijd is met het Europees recht en de toepassing van de directe vertegenwoordiging in de praktijk onmogelijk maakte, werd inmiddels afgeschaft bij wet van 25 december 2017 houdende diverse fiscale bepalingen IV.

 

Omzendbrief van 1 juli 2012: borgstelling door de vertegenwoordigde invoerder

Een aantal partijen, ondersteund door hun beroepsverenigingen, heeft destijds bij de Europese Commissie klacht neergelegd tegen de Belgische Staat wegens niet-nakoming[1], meer bepaald omwille van het feit dat het in België niet mogelijk was om douaneformaliteiten te vervullen met toepassing van directe vertegenwoordiging.

 

Onder druk van deze klacht heeft de Administratie der Douane en Accijnzen op 1 juli 2012 Omzendbrief D.I. 530.9 D.D. 312.592[2] “Douaneaangiften met toepassing van directe vertegenwoordiging” uitgevaardigd.[3]

 

Die vorm van directe vertegenwoordiging voorzag o.m. in een borgstelling die kon worden aangesproken voor eventuele navorderingen, te verstrekken door de vertegenwoordigde invoerder middels een eigen weekkrediet op de zogenaamde “klantenrekening”.[4]

 

De oplegging van dergelijke borgstelling is strijdig met het EU recht. De strijdigheid ligt in het feit dat geen borgstelling mag worden geëist voor goederen die voor vrij verkeer worden aangegeven, althans niet wanneer die goederen (wat in meer dan 99 % van de gevallen gebeurt) zonder voorbehoud worden vrijgegeven. Het EU recht verbiedt immers dat de lidstaten welke maatregel ook, van welke aard ook uitvaardigen, die een  belemmering inhoudt, hoe gering die ook mag zijn, aan het vrij verkeer en aan de vrije invoer van goederen. Dat verbod valt onder het verbod van “kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking”.[5]

 

Die met het EU recht strijdige vereiste van borgstelling (die vanzelfsprekend in de omringende landen niet bestond noch bestaat), is de reden waarom de beroepsverenigingen hun leden resoluut hebben afgeraden om gevolg te geven aan die mogelijkheid om op te treden met directe vertegenwoordiging en tegelijk de reden waarom omzeggens geen enkel lid, aangesloten bij die beroepsverenigingen, dat ook heeft gedaan (vanzelfsprekend met uitzondering van de leden die voordien reeds, op de één of andere manier en om reden van bestendige contractuele verhouding, inklaarden op het krediet van hun opdrachtgever).

Wet van 12 mei 2014: borgstelling door de douanevertegenwoordiger

Een reactivatie van de klacht gaf een wetswijziging als resultaat: bij wet van 12 mei 2014[6] werd – eindelijk – onder meer artikel 127 van de Algemene Wet inzake Douane en Accijnzen (hierna ‘AWDA’)[7] gewijzigd teneinde directe vertegenwoordiging mogelijk te maken.

 

Evenwel was de Belgische wetgeving nog steeds niet in overeenstemming met de Europese wetgeving. De toepassing van die nieuwe bepalingen had niet alleen een identieke verantwoordelijkheid voor de douanevertegenwoordiger tot gevolg, maar was bovendien in de praktijk totaal onwerkzaam.

 

Dat vloeit voort uit de strijdigheid van de Belgische wetgeving met de Europese wetgeving op twee punten.

Ten eerste is het voor de douanevertegenwoordiger, praktisch gesproken, onmogelijk om de invoerrechten, verschuldigd ingevolge een aangifte bij directe vertegenwoordiging, te betalen op een ander wijze dan via zijn weekkrediet. Waar de EU wetgeving voorziet dat een uitstel van betaling mogelijk moet zijn hetzij per individuele aangifte, hetzij voor een geheel van aangiften (d.w.z. in de praktijk in België per week, via het “weekkrediet”), is in België een individueel uitstel onmogelijk[8]. Een individuele betaling in contanten per individuele aangifte is theoretisch mogelijk, maar vanuit praktisch oogpunt volstrekt onrealistisch.

 

Ten tweede bepaalt het nieuwe artikel 129-2 AWDA dat de douanevertegenwoordiger “voldoende zekerheid moet stellen tot waarborging van de schulden die nog kunnen ontstaan betreffende aangiften waarvoor de directe vertegenwoordiging werd toegepast en voor zover dit niet is gebeurd door de opdrachtgever zelf”. Met andere woorden, dit artikel verplicht de douanevertegenwoordiger om zijn weekkrediet aanspreekbaar te maken voor de eventuele navorderingen die zouden kunnen bestaan tegen de vertegenwoordigde.

 

Die verplichting is strijdig met het douanerecht van de Unie, omdat de betreffende douaneregeling die voor de directe vertegenwoordiging het meest frequent in aanmerking komt, de aangifte in het vrije verkeer betreft. Voor de aangifte in het vrije verkeer dient, in de mate dat de goederen voorbehoudloos worden vrijgegeven, geen enkele zekerheid te worden gesteld. De eis tot zekerheidsstelling voor aangiften die naar het recht van de Unie geen zekerheid vereisen, is evident strijdig met het Unierecht.

 

Bovendien bepaalt artikel 89, lid 3 van het Douanewetboek van de Unie (hierna ‘DWU’)[9] dat indien de douaneautoriteiten eisen dat zekerheid wordt gesteld, deze dient te worden gesteld door de schuldenaar of door de persoon die de schuldenaar kan worden.

 

Overeenkomstig artikel 77, lid 3 DWU is de schuldenaar de aangever. De aangever is overeenkomstig artikel 5, 15) DWU de persoon die in eigen naam een douaneaangifte, een aangifte voor tijdelijke opslag, een summiere aangifte bij het binnenbrengen, een summiere aangifte bij uitgaan, een aangifte tot wederuitvoer of een kennisgeving van wederuitvoer indient, dan wel de persoon namens wie deze aangifte of kennisgeving wordt ingediend. A fortiori kan de directe vertegenwoordiger noch een aangever zijn in de zin van artikel 5, 15) DWU, noch een schuldenaar zijn in de zin van artikel 77, lid 3 DWU.  

 

Bijgevolg is artikel 129-2 AWDA strijdig met de artikelen van het Douanewetboek van de Unie.

 

Dat artikel 89, lid 3 DWU is overigens niet nieuw. Deze bepaling is identiek aan het voormalige artikel 189, lid 1 van het Communautair Douanewetboek (‘CDW’)[10], zodat artikel 129-2 AWDA reeds strijdig was met de Europese wetgeving op het ogenblik van de invoering ervan in 2014.   

 

Die vereiste van borgstelling door de douanevertegenwoordiger voor eventuele schulden van de vertegenwoordigde, is tot slot ook strijdig met de bepalingen van de Uitvoeringsverordening van het Douanewetboek van de Unie (Verordening 2015/2447[11]). Bijlage 32 aan die Verordening is het geijkte formulier van zekerheidsstelling. Artikel 151.7 van die Verordening bepaalt dat de zekerheidsformulieren die de lidstaten zelf zouden opleggen geen andere verbintenissen mogen inhouden dan diegene die voorvloeien uit het voorgeschreven formulier. Het voorgeschreven formulier bepaalt dat slechts de schulden van de opdrachtgever tot de borgstelling in aanmerking komen voor aanspraak tegen de borg. Het is België dan ook niet toegelaten om aan douanevertegenwoordigers op te leggen dat hun borgstelling aanspreekbaar moet zijn voor schulden van derden.

 

Het is de combinatie van voormelde twee voorwaarden aan de directe vertegenwoordiging, die allebei strijdig zijn met het Unierecht, die verklaart dat douanevertegenwoordigers niet bereid waren om zich aan die voorwaarden te onderwerpen.

 

Wet van 25 december 2017: afschaffing van de vereiste van borgstelling

Een eigenlijke doorbraak inzake de directe vertegenwoordiging werd pas gerealiseerd in april 2017. De logistieke sector en de Centrale Administratie hebben toen een akkoord bereikt omtrent het gebruik van een ‘borgakte plus’ voor het statuut van directe vertegenwoordiging met financiële faciliteiten.

 

Dit houdt in dat de douanevertegenwoordiger zijn kredietrekening ten dienste blijft stellen van zijn klant onder het statuut van directe vertegenwoordiging, maar dat de verantwoordelijkheid van de douanevertegenwoordiger afgebakend wordt tot het moment van het afsluiten van het proces-verbaal van verificatie met betrekking tot de betreffende aangifte. De douanevertegenwoordiger kan met andere woorden niet langer aangesproken worden in betaling van schulden die nadien zouden kunnen ontstaan.

Het is slechts sinds deze belangrijke ontwikkeling dat kan worden gesproken van een reële mogelijkheid tot directe vertegenwoordiging, onder voorwaarden die in de praktijk werkzaam zijn.

 

Artikel 129-2 AWDA, dat ingevoegd werd bij wet van 12 mei 2014 en dat de kredietrekening van de directe vertegenwoordiger ook aanspreekbaar maakte voor eventuele navorderingen die zouden kunnen bestaan tegen de vertegenwoordigde, was vanzelfsprekend onverenigbaar met het gebruik van deze ‘borgakte plus’. Dit artikel werd inmiddels dan ook opgeheven bij wet van 25 december 2017 houdende diverse fiscale bepalingen IV.[12]

 

De memorie van toelichting bij het wetsontwerp[13] maakt onmiddellijk duidelijk dat het bewuste artikel 129-2 AWDA werd afgeschaft omwille van de strijdigheid met artikel 89, lid 3 DWU, op grond waarvan geen zekerheidsstelling mag worden geëist van de douanevertegenwoordiger voor schulden van derden.

 

 

[1] Klacht nummer CHAP(2010)03090 d.d. 28 september 2010.

[2] Deze omzendbrief is beschikbaar op ‘Fisconet’ (website van de Federale Overheidsdienst Financiën). 

[3] Zie desbetreffend: M. Cornette, “Directe vertegenwoordiging voor de douane-expediteur, de doorbraak”, AFT 2013/4, p. 35.

[4] Zie Omzendbrief D.I. 530.9 D.D. 312.592, punt 14.

[5] Zie desbetreffend : K. Lenaerts en P. Van Nuffel, Europees recht, 2011, p. 149, n° 195.

[6] Wet van 12 mei 2014 tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en houdende diverse bepalingen, BS 20 juni 2014 (ed. 4).

[7] Algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen, BS 21 september 1977.

[8] Dienstinstructie D.I. 533.0 “Douaneschuld” verduidelijkt op p. 77 zonder meer, met betrekking tot artikel 226 a) CDW, dat betrekking heeft op het uitstel van de individuele douaneschuld (thans vervat in artikel 110 a) DWU): “Deze bepaling is niet van toepassing in België.”

[9] Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking), Pb. EU, L 269/1 van 10 oktober 2013.

[10] Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek.

[11] Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, Pb. EU, L 343/558 van 29 december 2015.

[12] BS 29 december 2017, 116416. Zie artikel 25 van die wet (in werking getreden tien dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad).

[13] Wetsontwerp van 24 november 2017 houdende diverse fiscale bepalingen IV, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 54-2792/001, p. 22-23.

Nederlands
Praktijkdomein(en)

TerraLex, our global law firm network

c.hanssen

Christoph
Hanssen
Submitted by c.hanssen on ma, 05/02/2018 - 16:18

Afbeelding verwijderd.

 

Terralex netwerk

elegis is sedert meer dan 20 jaar lid van TerraLex, een internationaal netwerk van onafhankelijke advocatenkantoren. Dit netwerk verbindt  ongeveer 150  met zorg geselecteerde kantoren in bijna 100 verschillende landen. www.terralex.com
 
Dit netwerk laat ons toe onze cliënten bij te staan bij hun internationale transacties ( overnames, contracten, procedures, ... )   door snel beroep te kunnen doen op gerenommeerde  kantoren en advocaten in alle handelscentra ter wereld.
 

Voor bijkomende inlichtingen kan u steeds terecht bij één van de TerraLex vertegenwoordigers van elegis:

Peter Engels ( p.engels@elegis.com) , Edmond Brondel (e.brondel@elegis.com)     Wouter Den Haerynck (w.denhaerynck@elegis.com)  en Christoph Hanssen (c.hanssen@elegis.com)

 

Nederlands

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen werd op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer.

jp.mistretta@elegis.be

Jean-Paul
MISTRETTA
Submitted by jp.mistretta@e… on ma, 04/03/2019 - 09:29
Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen werd op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer.
Nederlands
Sector

België is bij uitstek een land van KMO’s en familiebedrijven. Zij vormen de ruggengraat van onze economie. Inlevingsvermogen in hun specifieke handelsactiviteit en een resultaatsgerichte, op maat aangepaste aanpak zijn ook hier van groot belang.

Elegis heeft een bijzondere ervaring opgebouwd bij het begeleiden en adviseren van deze ondernemingen en dit bij de diverse aspecten van hun activiteiten. Zowel in de start-up fase, bij het dagelijks beheer en bij het nemen van strategische beslissingen als bij de opvolgingsproblematiek stellen zich bijzondere problemen waarbij wij onze ervaring en kennis graag delen. Ook mbt het opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten en familiecharters bij familiale ondernemingen beschikken wij over een jarenlange ervaring.

elegis biedt bestuurlijke overheidsinstanties (Federale staat, Gemeenschappen, Gewesten, Provincies en Gemeenten, intercommunales, vennootschappen naar publiek recht, instellingen van openbaar enz.), een ruime waaier aan diensten in verschillende domeinen die voor hen belangrijk zijn :

  • overheidsopdrachtenrecht, concessies en PPS
  • arbeidsrecht: statutaire of contractuele ambtenaren,
  • milieu- en stedenbouwrecht,
  • onderwijsrecht,
  • gemeenterecht,
  • gemeentelijke fiscaliteit (belastingreglementen),
  • aansprakelijkheid van overheidsinstanties (extracontractuele aansprakelijkheid, arbeidsongevallen,…),
  • publiek en grondwettelijk recht, 

Slimste laadpaal van Vlaanderen ingehuldigd te Greenbridge, Oostende met steun van Elegis

c.hanssen

Christoph
Hanssen
Submitted by c.hanssen on di, 02/10/2018 - 13:53

 

 

Slimste laadpaal van Vlaanderen ingehuldigd te Greenbridge, Oostende met steun van Elegis

 

 

 

Op donderdag werd onder grote belangstelling op de parking van het innovatie- en incubatiecentrum Greenbridge UGent Campus Oostende de slimste laadpaal van Vlaanderen in gebruik genomen.  Bijna 60 geïnteresseerden in de technologie van morgen alsook burgemeester van Oostende Johan Vande Lanotte en Vlaams Minister van Begroting, Financiën en Energie Bart Tommelein waren op deze plechtigheid aanwezig.  Dit pilootproject is een samenwerking tussen laadinfrastructuurbeheerder MobilityPlus, Het Antwerps advokatenkantoor Elegis (Jan Delanote) en het West-Vlaams energiebedrijf Yuso.  Met deze laadpaal kunnen bedrijven het steeds toenemende aandeel elektrische wagens in hun bedrijfsvloot van groene stroom voorzien op ogenblikken waar het opladen van de wagen mede bijdraagt aan het wegwerken van stroomoverschotten op het hoogspanningsnet van Elia.  

 

 

Tijdens zijn toespraak had UGent Professor en behartiger van de Campus te Oostende Carl Devos het over het belang van Greenbridge als incubator voor jonge, vooruitstrevende bedrijven en initiatieven als deze slimme laadpaal.  Michel Verschuere, zaakvoerder van Yuso gaf een korte uiteenzetting over hoe leveringszekerheid van energie en stabilisatie van de netten mede met behulp van een slimme laadpaal kunnen worden bereikt bij bedrijven.  Omdat het aantal Elektrische Voertuigen (EV's) de komende jaren naar verwachting verder sterk zal blijven toenemen verdient de bijkomende impact van de nood naar laadstroom voor EV's onze volle aandacht.  Hoewel het laden van de geschatte 25 miljoen verkochte EV's in Europa in 2025 volgens McKinsey geen dramatische toename van het totale stroomverbruik teweegbrengen is het belangrijk op het tijdstip waarop het laden plaatsvindt wel goed te kiezen.  In het ander geval dreigt de verdere toename van de nu reeds belangrijke 'avondspits' de stabiliteit van ons stroomnet in het gedrang te brengen.  In België is dit trouwens op vandaag een brandend actueel thema nu in november 2018 wellicht maar één van de zeven kerncentrales in gebruik zal zijn...

 

 

Burgemeester Johan Vande Lanotte, zelf in het verleden één van de behartigers van meer wind- en zonne-energie voor Vlaanderen duidde op het verdere belang van de ontwikkeling van het kenniscentrum in Oostende in het algemeen en Greenbridge in het bijzonder.  Minister Bart Tommelein bedankte vervolgens de initiatiefnemers van dit pilootproject Greenbridge, MobilityPlus, Elegis advocaten en Yuso voor het verkiezen van Oostende als de basis voor verdere uitrol van het slimste laadconcept voor EV's.  Hij formuleerde het kort als volgt: “Een slimme laadpaal wordt een bijkomende actor in ons toekomstig elektriciteitsmodel. Vooral op plaatsen waar auto’s langdurig geparkeerd staan, kan een slimme laadpaal een bijdrage leveren aan een stabiel elektriciteitsnet.  Door pas te laden op momenten dat er een overaanbod aan elektriciteit is en de prijs dus het laagste is. Bedrijven met een grote wagenvloot, maar ook particulieren thuis kunnen er in de toekomst hun voordeel mee doen.”  Aldus Bart Tommelein, Vlaams Minister van Begroting, Financiën en Energie.

 

 

Na deze toespraken volgde de plechtige ingebruikname van de slimste laadpaal van Vlaanderen op de parking van Greenbridge.  Deze laadpaal is tevens bruikbaar voor het iedereen die over een laadpas beschikt.  Meer info daarover bij het secretariaat Greenbridge die elke bezoeker van Campus UGent Oostende een laadpas kan ter beschikking stellen.

 

Elegis Advocaten begeleidt de samenwerking tussen partijen, alsook de lancering van dit project naar de gebruikers toe. Het contractuele kader speelt zich af in een uitdagende publiek – en privaatrechtelijke omgeving, waarin niet alleen contractuele aspecten aan bod komen, maar ook mededingingsrechtelijke en intellectueelrechtelijke aspecten een belangrijke rol spelen.

 

Na één jaar uitgebreide testen is het zover, en wordt de laadpaal publiek voorgesteld op de campus van de U Gent te Oostende, m.n. Greenbridge, op 27 september 2018. U bent uiteraard ook welkom! U kunt inschrijven op: http://www.greenbridge.be/en/evenement/inhuldiging-slimme-laadpaal.

 

Jan Delanote – Elegis Advocaten

Nederlands