Karaattaks voor diamanthandelaars vanaf aanslagjaar 2017

karaattaks

Karaattaks voor diamanthandelaars vanaf aanslagjaar 2017

 

Door de Programmawet van 10 augustus 2015 (B.S. 18 augustus 2015) werd een forfaitaire fiscale regeling voor geregistreerde diamanthandelaars uitgewerkt, ook het “Diamant Stelsel” of de karaattaks genoemd.

 

De wetgever wilde een oplossing bieden voor de problemen die diamantairs ondervinden bij de opvolging, waardering en aangifte van hun voorraad. Een fiscale controle ontaardde niet zelden in een geschil met de fiscus waarbij de bewijskracht van de boekhouding van de diamantair werd verworpen.

 

De inwerkingtreding was evenwel afhankelijk van de goedkeuring van de Europese Commissie. Op 29 juli 2016 zette de Europese Commissie het licht op groen.

 

De wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën (B.S. 20 december 2016) heeft nog enkele wijzigingen aangebracht.

 

Het Diamant Stelsel treedt in werking vanaf aanslagjaar 2017.

 

In concreto komt het Diamant Stelsel op het volgende neer:

 

  • Het stelsel is enkel van toepassing voor geregistreerde diamanthandelaars.

     

  • Diamantmijnen en winners van alluviale diamant die diamant verkopen, of hun verbonden verkoopvennootschappen, kunnen voor het stelsel opteren.

     

  • Het stelsel is uitsluitend toepasselijk op omzet uit diamanthandel, d.w.z. de aankoop en verkoop van diamanten, eventueel na de diamanten een handelsbewerking te hebben doen ondergaan. Voor andere activiteiten moet de handelaar een afzonderlijk stel rekeningen houden.

     

  • De kostprijs van de verkochte diamant wordt forfaitair vastgesteld op 97,9 % van de omzet uit diamanthandel. De brutomarge is dus 2,1 % van de gerealiseerde omzet uit diamanthandel.

     

  • Wijzigingen van het boekjaar van vennootschappen vanaf 30 maart 2015 worden fiscaal gezien niet in rekening genomen.

     

  • De aftrek van risicokapitaal, de aftrek van overgedragen aftrek van risicokapitaal en de aftrek van vorige verliezen is mogelijk, evenwel zonder afbreuk te doen aan het minimum netto belastbaar beroepsinkomen.

     

  • Het minimum netto belastbaar beroepsinkomen inzake diamanthandel bedraagt voor aanslagjaar 2017 minimaal 0,65 % van de omzet uit diamanthandel, en vanaf aanslagjaar 2018 minimaal 0,55 % van de omzet uit diamanthandel, tenzij de boekhoudkundig vastgestelde nettowinst van het belastbaar tijdperk om reden van diefstal, faillissement van een klant of faillissement van de betrokken diamanthandelaar minder bedraagt.

     

  • Aftrek van waardeverminderingen op voorraden is uitgesloten en ook welbepaalde kosten met betrekking tot diamantbewerking van ruwe diamant zijn niet aftrekbaar, zoals slijperslonen, klooflonen, zaaglonen, afschrijvingen op machines van diamantbewerking, enz..

     

  • Minstens één bestuurder of bedrijfsleider van de diamanthandelaar (vennootschap) moet een minimale bestuurdersvergoeding krijgen. Is de bestuurder een vennootschap dan moet die vennootschap op haar beurt een minimale vergoeding betalen aan een natuurlijke persoon die hierop in de personenbelasting of belasting der niet-inwoners wordt getaxeerd.

     

    Wordt de minimumbezoldiging niet toegekend dan wordt het netto belastbaar inkomen verhoogd met het tekort.

 

  • Tot slot is het stelsel niet van toepassing wanneer de omzet wordt gerealiseerd door “andere dan oprechte en gebruikelijke diamantverhandelingen”.

     

     

     

    Joke Vanden branden

    Toon Sas

Sector
Fachbereich
Rechtsanwält(e)